Waarom waait het minder achter een gebouw?
Heb jij wel eens buiten gestaan op een dag met veel wind? De wind trekt aan je jas. Hij blaast je haren voor je gezicht. Je voelt hem koel tegen je wangen duwen.
Dan stap je achter een groot gebouw, en de lucht wordt stil. Je haren gaan weer rustig liggen. Waarom waait het eigenlijk minder achter een gebouw?
Wind is lucht die beweegt. Lucht kun je niet zien, maar je voelt hem langs je heen suizen. Bewegende lucht duwt tegen alles wat in de weg staat, zoals bomen, vlaggen en jou.
Nu raast de wind naar een groot gebouw toe. De lucht botst recht tegen de muur. De muur is sterk en stevig, dus de lucht kan er niet door. Waar denk jij dat de lucht dan naartoe gaat?
De lucht glipt om het gebouw heen. Een deel suist langs de zijkanten. Een ander deel stroomt omhoog en over het dak. Daarna gaat de lucht verder, de kant op waar de wind heen waait.
De lucht zoeft langs de hoeken en slaat het plekje vlak achter de muur over. Dat plekje blijft mooi verstopt. Er komt maar een klein beetje wind.
Zo'n plek noemen we de luwte. Dat is een plek die de wind bij je weghoudt. Sta je in de luwte, dan krijgt de muur de duw en jij niet.
Boven op het dak wappert een vlag hard in de wind. Beneden in de luwte achter de muur liggen de blaadjes stil op de grond. Toch waait dezelfde wind langs allebei de plekken.
De muur houdt de wind tegen, dus glipt de lucht eromheen en laat een luwte achter.
Achter de grote muur hangt je jas rustig en blijven je haren netjes zitten. Voorbij de hoek suist de wind gewoon verder.









