Hoe weten we waar de wind vandaan komt?
Heb jij weleens buiten gestaan als het hard waaide? Dan voel je de wind tegen je wangen duwen. En je hoort hem door de blaadjes ruisen.
Maar de wind zelf kun je helemaal niet zien. Hoe weten we dan waar de wind vandaan komt? Kom, we gaan naar het park om het uit te zoeken.
Stel je voor dat je midden in een park staat. De eendenvijver ligt tegenover de schommels. De grote eik staat tegenover de glijbaan. De wind waait van de kant van een van die vier dingen.
Lik eerst aan het puntje van je vinger en steek hem hoog in de lucht. De wind droogt de natte kant die hij raakt. Water dat opdroogt, voelt koel aan op je huid.
Je vinger voelt koel aan de kant van de vijver en de eik. Dus komt de wind van een van die twee. Welke van de twee, dat kan je vinger niet zeggen.
Kijk nu naar de windzak, een stoffen buis die aan een paal hangt en door de wind wordt gevuld. Hij staat precies midden in het park. De brede kant is open, net als een mond.
De wind waait in de open kant van de windzak. Dan duwt hij het dunne staartje naar de andere kant. Zo wijst de open kant altijd naar waar de wind vandaan komt.
Kijk maar eens omhoog. Het staartje van de windzak wappert richting de schommels. Van welke kant waait de wind, van de vijver of van de eik?
De wind waait van de kant van de eendenvijver! Het staartje wijst naar de schommels, dus de open kant kijkt naar de vijver. Je vinger en de windzak zeggen precies hetzelfde.
Windzak. Een natte vinger wordt koel aan de kant van de wind, en de open kant van een windzak wijst naar de wind.
Morgen kun je zelf aan je vinger likken en de wind voelen. Op de volgende winderige dag weet jij dan precies waar hij vandaan komt.









