Waarom beweegt je spiegelbeeld mee?
Je lacht naar de spiegel en het gezicht voor je lacht terug. Je beweegt je neus en die neus beweegt mee. Waarom beweegt het gezicht in de spiegel als jij beweegt?
Het begint met licht: daardoor kun je dingen zien. Overdag schijnt de zon door het raam. En als het donker wordt, geeft een lamp licht.
Een deel van dat licht valt op je gezicht en kaatst terug. Vanaf je wangen, neus en kin gaat het licht allerlei kanten op. Sta je voor een spiegel, dan gaat een deel van het licht van je gezicht naar de spiegel.
Een spiegel is glad en glanzend. Doordat hij zo glad is, kaatst hij het licht netjes terug. Daardoor kunnen je ogen je gezicht duidelijk zien.
Een deel van het licht kaatst van de spiegel naar je ogen. Zo zie je je spiegelbeeld: het plaatje van jezelf in de spiegel. Je ziet je eigen gezicht, want het licht kwam van jouw gezicht.
Nu mag je even raden. Als je voor de spiegel je mond wijd opendoet, wat doet je spiegelbeeld dan? Denk maar aan het licht dat van je gezicht terugkaatst.
Je spiegelbeeld doet zijn mond ook open! Als je je mond beweegt, kaatst het licht op een andere manier van je gezicht. De spiegel kaatst dat licht naar je ogen, zodat je je mond ziet bewegen.
De spiegel bewaart geen oud plaatje van jou. Terwijl jij beweegt, valt er steeds licht op je gezicht en kaatst het naar de spiegel. Zo laat je spiegelbeeld eerst je glimlach zien, dan je bolle wangen, en dan weer je glimlach.
Het licht komt zรณ snel terug bij je ogen dat je spiegelbeeld met je mee lijkt te bewegen. Er zit niemand anders in de spiegel. Je ziet een plaatje dat verandert als jouw gezicht beweegt.
Dit is de weg van het plaatje: licht, je gezicht, de spiegel, je ogen, je spiegelbeeld. Het gezicht in de spiegel beweegt met je mee omdat licht van je bewegende gezicht naar de spiegel kaatst en dan naar je ogen.
Als je straks weer naar je spiegelbeeld lacht, weet je hoe het licht die glimlach bij je terugbrengt.









