Waarom rolt een blok niet zoals een bal?
Denk eens aan je speelgoedkist. In de ene hand houd je een gladde bal, in de andere een hard houten blok. Geef de bal een zacht duwtje, en hup, daar rolt hij over de vloer.
Geef het blok nu precies hetzelfde duwtje. Het schuift een stukje op, en dan staat het stil. Waarom rolt een blok nou niet zoals een bal?
Laten we eerst naar de bal kijken. Een bal is overal rond. Nergens zit een plat stuk. Maar één heel klein plekje raakt de vloer.
Als je de bal duwt, draait hij. Het volgende plekje dat de vloer raakt, is ook rond, dus niets houdt de bal op zijn plek. Hij draait en draait maar door, en dat is rollen.
Nu kijken we naar het blok. Een blok heeft platte kanten. De platte kant aan de onderkant ligt helemaal plat op de vloer. Die hele platte kant houdt het blok op zijn plek, net als een boek dat op tafel ligt.
Waar twee platte kanten elkaar raken, zit een rechte lijn. Dat noemen we een rand, de lijn waar twee platte kanten tegen elkaar aan komen. Een blok heeft overal randen.
Wil het blok omkantelen, dan moet het eerst op een rand gaan staan. Daarvoor moet jouw duw één kant van het blok van de vloer optillen. Dat kost een veel grotere duw dan een bal nodig heeft.
Daar gaat het blok omhoog, en heel even staat het op zijn rand. Dan kantelt het over de rand heen en valt het naar de andere kant. Wat denk jij dat er gebeurt als het neerkomt?
Bonk! Het landt op zijn volgende platte kant. Die platte kant ligt stil op de vloer, en het blok staat stil. Wil het weer bewegen, dan is er een nieuwe duw nodig die het over de volgende rand tilt.
Een blok rolt niet, want zijn platte kanten liggen stil op de vloer. Jouw duw moet het over een rand kantelen, en dan houdt de volgende platte kant het tegen.
Ver weg over de vloer rolt de ronde bal nog steeds verder. Naast je speelgoedkist ligt het houten blok rustig op een platte kant, precies waar het neerkwam.









