A spoon stirring sugar into a clear glass of water.A spoon stirring sugar into a clear glass of water.
1 / 5
0:00
0:00

Als poeder water ontmoet · Aflevering 3 van 4

Waarom verdwijnt suiker in water, maar meel niet?

Ontdek waarom suiker in een glas water lijkt te verdwijnen, terwijl meel het water troebel maakt. Je leert hoe piepkleine waterdeeltjes suiker uit elkaar trekken, en waarom het zetmeel in meel stevig bij elkaar blijft.

6Weergaven

Tekst van de aflevering

Waarom verdwijnt suiker in water, maar meel niet?

Stel je een glas water voor en een lepel suiker. Je schudt de suiker erin en roert, tik, tik, tegen het glas. Kijk maar goed: de witte korreltjes worden kleiner en vager, tot het water weer helder is.

Probeer nu hetzelfde met een lepel meel. Deze keer wordt het water troebel en wit, als een melkige mist, en het meel gaat niet weg. Waarom verdwijnt suiker in water, maar meel niet?

Laten we beginnen bij het water zelf. Water bestaat uit piepkleine deeltjes, te klein voor je ogen, en die zitten nooit stil. Ze wiebelen en botsen tegen alles wat je erin laat vallen, en bij dat botsen begint ons antwoord.

Elk suikerkorreltje is gebouwd uit piepkleine suikerdeeltjes, te klein om te zien, opgestapeld als een stapeltje blokjes. Waterdeeltjes plakken makkelijk aan suikerdeeltjes vast, dus ze kruipen dicht om het korreltje heen. Doordat ze zo vasthouden, kunnen ze gaan trekken.

Bij elk gewiebel trekken de waterdeeltjes één suikerdeeltje van het stapeltje en nemen het mee. Dan trekken ze het volgende, en nog een, en nog een. Wat denk jij dat er overblijft van het korreltje als de waterdeeltjes zo blijven trekken?

Al snel is er helemaal niets meer over van het korreltje, want elk suikerdeeltje zweeft los tussen de waterdeeltjes. Dan zeggen we dat suiker oplost, en dat betekent dat het uit elkaar valt in deeltjes die te klein zijn om te zien en zich door al het water verspreidt. Toch is de suiker niet weg, dus elke druppel water smaakt zoet.

Laten we nu naar meel kijken. Meel is vooral zetmeel, en dat is het voedsel dat een tarwekorrel in zich bewaart om zijn nieuwe plantje te voeden. Dat zetmeel zit verpakt in eigen kleine korreltjes, veel kleiner dan een suikerkorreltje.

Binnen in elk zetmeelkorreltje draaien lange, lange slierten steeds om elkaar heen en houden elkaar stevig vast. De waterdeeltjes trekken er ook aan, maar de slierten zijn te lang en klemmen zich te stevig aan elkaar vast om los te komen. Daarom lost zetmeel niet op in een glas koel water.

De zetmeelkorreltjes blijven heel, en elk korreltje is reusachtig naast één enkel suikerdeeltje. Die korreltjes zweven rond en kaatsen het licht terug naar je ogen, en daarom ziet het water er troebel uit in plaats van helder.

Suiker verdwijnt omdat de wiebelende waterdeeltjes het uit elkaar trekken, steeds één piepklein deeltje, tot het in al het water oplost. Meel verdwijnt niet, omdat de lange slierten in het zetmeel elkaar zo stevig vasthouden dat de waterdeeltjes ze niet los krijgen, en dus zweven hele zetmeelkorreltjes rond die het water troebel maken.

Naast elkaar vertellen de twee glazen het hele verhaal. Het suikerwater in het ene glas is helder en smaakt zoet, terwijl het water met meel in het andere glas wit blijft, als een melkige mist.

De wereld om ons heen

Alles bekijken
De wereld om ons heen
Als poeder water ontmoet
Onderdeel van 'Als poeder water ontmoet'

Als poeder water ontmoet

0 van 4 voltooid
In deze serie