Waarom duwt een zakje met lucht terug als je erin knijpt?
Stel je een plastic zakje voor, helemaal bol en dichtgeritst. Knijp er eens in met je handen, en het voelt zacht en verend. Jouw handen duwen erin, en het zakje duwt meteen terug.
Het lijkt alsof er niets in dat zakje zit. Waarom duwt een zakje met lucht dan terug als je erin knijpt? Laten we het samen ontdekken.
Het zakje is helemaal niet leeg. Het zit vol lucht. Je kunt lucht niet zien, maar lucht is echt iets. Ze vult elk hoekje van het zakje, zoals water een beker vult.
Als je het zakje dichtritst, wordt het luchtdicht. Dat betekent dat er geen lucht meer in of uit kan glippen. Zo blijft alle lucht binnen opgesloten. Ze kan nergens anders heen.
Nu knijp je, en je handen duwen de kanten van het zakje naar binnen. Zo wordt de ruimte binnenin kleiner. Het luchtdichte zakje houdt alle lucht in die kleinere ruimte. Wat denk je dat de lucht doet als ze minder plek krijgt?
De lucht duwt naar buiten! Lucht bestaat uit heel veel piepkleine stukjes, veel te klein om te zien. Met minder ruimte botsen die stukjes vaker tegen de binnenkant van het zakje.
Al dat gebots duwt van binnenuit tegen het zakje. Jouw handen zitten aan de buitenkant en drukken naar binnen. Daarom voel je de lucht terugduwen tegen je handen.
Knijp je iets harder, dan krijgt de lucht nog minder ruimte. Dan duwt ze ook harder terug. Een zacht kneepje krijgt een zacht duwtje terug.
Luchtdicht. Jouw kneep geeft de lucht in een luchtdicht zakje minder ruimte, dus duwt ze terug.
Slaap nu lekker zacht, en droom van bolle zakjes vol lucht.









