Wat gebeurt er als sneeuw op warme grond valt?
Heb jij ooit een sneeuwvlok op je warme hand opgevangen? Hij voelt even koud en zacht. En dan, poef, is hij weg!
Stel je nu een tuin voor op een zachte dag, als de grond nog warm is. Daar begint het te sneeuwen. De vlokken dwarrelen een voor een naar beneden. Wat gebeurt er als sneeuw op warme grond valt?
Elke sneeuwvlok is een klein stukje ijs, en ijs is bevroren water. Daarom voelt een sneeuwvlok zo koud. De grond eronder is warmer, net als je hand.
Als de sneeuwvlok de warme grond raakt, warmt de grond hem op. Warme dingen geven hun warmte aan koude dingen die ze aanraken. Je hand deed precies hetzelfde met die sneeuwvlok.
Zo wordt de sneeuwvlok warmer, en zijn ijzige puntjes worden zacht en rond. Dan wordt het ijs weer water, want het is niet meer koud genoeg om bevroren te blijven. De sneeuwvlok smelt tot een druppel.
Dit water heeft een speciale naam. Het heet smeltwater, en dat is water dat van gesmolten sneeuw komt. Elke vlok die op de warme grond valt, wordt een klein druppeltje smeltwater.
Er vallen steeds meer vlokken, en ze smelten allemaal. Hun smeltwater loopt uit, en de grond wordt donker, glimmend en nat. Waar denk jij dat al dat smeltwater nu naartoe gaat?
Het smeltwater zakt in de grond. Het sijpelt naar beneden tussen de kruimeltjes aarde, zoals water in een spons trekt. Nu houdt de aarde het smeltwater binnenin vast.
Elke nieuwe vlok smelt meteen als hij landt, dus de sneeuw kan zich niet opstapelen. Er komt geen witte deken op de warme grond te liggen. Je ziet alleen natte, donkere aarde.
Laten we ons speciale woord onthouden: smeltwater. Warme grond warmt elke sneeuwvlok op, dus hij smelt tot smeltwater dat in de grond zakt.
Kruip maar lekker warm onder je deken, en droom van zachte sneeuwvlokjes die naar beneden dwarrelen.

1
2
3
Fenni








