Waarom ligt er sneeuw op bergtoppen als het beneden warm is?
Heb je weleens buiten in de warme zon gestaan en een berg gezien met een wit sneeuwmutsje op? Waarom ligt er sneeuw op bergtoppen als het beneden warm is?
Laten we beneden beginnen, waar de zon op de grond schijnt. De grond neemt het zonlicht op en wordt warm, net als een tuinpad in de zon dat warm aanvoelt onder je schoenen.
Die warme grond geeft zijn warmte door aan de lucht die hem raakt. Zo wordt de lucht laag bij de grond warm, zoals je handen opwarmen aan een beker warme chocolademelk.
Alle lucht boven ons drukt naar beneden, net als een hoge stapel zachte dekens. Dat drukken op de lucht bij de grond heet luchtdruk.
Als lucht opstijgt, komt ze op plekken waar minder lucht bovenop drukt. Daar is de luchtdruk lager, en wordt de lucht minder hard samengeknepen dan beneden.
Omdat de luchtdruk er minder hard knijpt, zet de stijgende lucht uit en neemt ze meer ruimte in. Wat denk je dat er met de warmte van de lucht gebeurt als ze uitzet?
De lucht koelt af. Als ze uitzet, duwt ze tegen de lucht om zich heen. Voor dat duwen gebruikt ze een deel van haar warmte, en zo wordt stijgende lucht kouder.
Daarom wordt de lucht kouder hoe hoger je komt. Een hoge berg steekt tot in die koude lucht, ook als zijn voet in een warm dal staat.
Als er sneeuw valt op een koude bergtop, is de lucht daarboven te koud om die sneeuw te laten smelten. Zo blijft de sneeuw bevroren en wit.
Beneden in het warmere dal smelt sneeuw sneller, omdat er meer warmte bij komt. Het dal kan zijn sneeuwdeken kwijtraken, terwijl de koudere top zijn witte muts houdt.
Luchtdruk. Bergtoppen blijven besneeuwd omdat lucht afkoelt als ze opstijgt naar plekken met een lagere luchtdruk, zodat er minder warmte overblijft om de sneeuw te laten smelten.
Zie je de volgende keer een besneeuwde berg boven een groen dal, dan weet jij waarom de top wit blijft.









