Waarom is een zacht tikje stiller dan een harde knal?
Tik eens heel zachtjes met รฉรฉn vingertop op de tafel. Tik, tik. Denk nu aan een deur die met een harde knal dichtslaat. Het ene geluid is heel klein, het andere is hard.
Je vingertop raakt de tafel, en de deur raakt de deurpost. Waarom is een zacht tikje dan stiller dan een harde knal? Laten we het samen ontdekken.
Als je iets raakt, gaat het trillen. Trillen betekent heel snel heen en weer schudden. Ook de tafel schudt, al lijkt hij stil te staan. Jouw tik is de duw die het schudden laat beginnen.
Hoe hard je slaat, bepaalt hoe groot de trillingen zijn. Een zacht tikje is een kleine duw, dus de tafel trilt met heel kleine trillingen. Een deur die dichtslaat krijgt een grote duw. Dan trilt de deur met grote trillingen.
Overal om ons heen is lucht, ook al kunnen we die niet zien. De trillende tafel duwt tegen de lucht vlak ernaast. Elke trilling geeft die lucht een klein duwtje.
Die lucht duwt weer tegen de lucht ernaast, en zo verder. Het duwtje reist mee, net als kringen in het water van een vijver. Al snel komt het bij je oor.
Diep in je oor zit een dun velletje dat elk duwtje van de lucht voelt. Het wiebelt, en je oor vertelt het aan je hersenen. Zo hoor je een geluid! Wat denk jij dat grote trillingen met de lucht doen?
Grote trillingen geven de lucht grote duwen. Die grote duwen drukken hard tegen je oor, en je hoort een harde knal. Kleine trillingen geven de lucht kleine duwtjes, dus hoor je een zacht tikje.
Ons speciale woord van vandaag is trillen. Door een hardere klap gaan dingen harder trillen, en grotere duwen in de lucht klinken luider.
Laat nu alles om je heen zacht en stil worden, en slaap lekker, kleine luisteraar.









