Waarom is een steen uit de rivier glad?
Heb jij weleens een steen bij een rivier opgepakt? Hou hem in je hand en voel maar. Hij is rond en glad, net als een stuk zeep.
Stenen op een bergpad hebben scherpe, puntige randen. Waarom is een steen uit de rivier dan zo glad? Laten we het samen ontdekken.
Een steen die net in de rivier valt, heeft ook scherpe hoeken. Dan gaat de rivier hem meenemen. Een rivier heeft stroming, dat is de sterke duw van het water dat beweegt.
De stroming duwt de steen over de bodem van de rivier. Het water duwt te hard, dus de steen kan niet stil blijven liggen. Hij rolt en tuimelt, keer op keer.
Terwijl hij tuimelt, botst de steen tegen andere stenen. Klak, klak! Hij schuurt ook over ruw zand. Wat denk jij dat er met zijn scherpe hoeken gebeurt, bij elke botsing?
Bij elke botsing gaat er een piepklein stukje steen af. Dat stukje is nog kleiner dan een zandkorrel. Dat noemen we afslijten, dan schuurt er telkens een piepklein stukje af.
De puntige hoeken steken het verst uit. Zij raken de andere stenen als eerste, dus zij slijten als eerste af. Beetje bij beetje wordt de steen ronder.
Afslijten gaat heel langzaam. Een rivier laat haar stenen heel veel jaren tuimelen. Het water stroomt maar door, dag en nacht.
Eindelijk zijn alle scherpe hoeken weg. De steen is rond en glad, net als de stenen die jij bij een rivier vindt.
De stroming van de rivier laat een steen keer op keer tuimelen. Botsing na botsing slijten zijn scherpe hoeken af, en zo wordt de steen glad.
Beneden in de rivier gaat de stroming gewoon door. De stenen rollen zachtjes over de bodem, rond en glad.









