Waarom hebben we zon en regen nodig om een regenboog te zien?
Ben je weleens buiten geweest als de zon tijdens een regenbui tevoorschijn komt? De lucht ruikt fris en nat. Op de grond glanzen de plassen. En dan straalt er hoog in de lucht een regenboog.
Een regenboog verschijnt waar zonlicht en regen samenkomen. Waarom hebben we dan zon en regen nodig om een regenboog te zien? Laten we dat samen ontdekken.
Op een muur lijkt zonlicht gewoon helder licht. Toch zitten alle kleuren van de regenboog in dat zonlicht verstopt. Ze zitten door elkaar, dus we zien ze niet apart. De zon brengt de kleuren.
Regen vult de lucht met druppeltjes. Druppeltjes zijn kleine druppels water die door de lucht vallen. Elk druppeltje is rond en doorzichtig, net als een glazen kraal. De regen brengt de druppeltjes.
Zonlicht schijnt elk druppeltje in. Het druppeltje buigt het licht terwijl het erdoorheen gaat. Zo laat water ook een rietje in een glas krom lijken. Wat denk jij dat er met de kleuren die door elkaar zitten gebeurt als het licht buigt?
De kleuren gaan uit elkaar! Elke kleur buigt een beetje anders, waardoor de kleuren uit elkaar schuiven. Rood, oranje, geel, groen, blauw en paars komen naast elkaar naar buiten.
Elk druppeltje stuurt zijn kleuren naar je ogen. Er schitteren zoveel druppeltjes samen dat hun kleuren op elkaar aansluiten. Zo vormen ze één grote, gebogen streep van kleuren in de lucht. Die streep is de regenboog.
Zonder de zon is er geen licht dat de kleuren meebrengt. Zonder de regen zijn er geen druppeltjes die ze uit elkaar halen. Daarom heeft een regenboog zon en regen tegelijk nodig.
Ons bijzondere woord is: druppeltjes. Zonlicht schijnt in regendruppeltjes, en de druppeltjes halen de verborgen kleuren uit elkaar, zodat er een regenboog ontstaat.
Als zonlicht en regen weer samenkomen, zie jij hopelijk een regenboog die speciaal voor jou straalt.









