Wat doen mieren als er iets op hun pad ligt?
Misschien heb je weleens een rij mieren over de stoep zien lopen. Dan valt er een blad midden op hun pad. Wat doen mieren als er iets op hun pad ligt?
Kijk eerst eens hoe de mieren elkaar volgen. Veel mierensoorten leggen een geurspoor: een pad van geur dat andere mieren kunnen volgen. Vindt een mier eten, dan kan ze met zo'n geurspoor de anderen de weg wijzen.
Mieren vinden het geurspoor met hun voelsprieten, de twee sprietjes op hun kop. Daarmee ruiken en voelen ze wat dichtbij is. Terwijl een mier loopt, beweegt ze haar voelsprieten heen en weer om het spoor te volgen.
Nu komt een mier bij het gevallen blad. Ze raakt het aan met haar voelsprieten en merkt dat het in de weg ligt. Het blad bedekt een stuk van haar pad, dus rechtuit lopen lukt niet.
De mier loopt misschien wat langzamer, draait zich om en zoekt naast het blad. Andere mieren komen erbij en zoeken ook. Even lopen ze door elkaar, omdat ze verschillende kanten proberen.
Kun je raden of de mieren moeten wachten tot iemand het blad weghaalt? Meestal hoeft dat niet. Ze kunnen langs de rand lopen, of over het blad klimmen als ze houvast vinden.
Een mier vindt een omweg: een andere weg langs het blad. Ze loopt om de rand heen en vindt daarachter het geurspoor terug. Die bekende geur helpt haar verder.
Terwijl een mier de omweg neemt, kan ze meer geur achterlaten. Zo verbindt ze de nieuwe weg met het oude geurspoor. Andere mieren ruiken die geur met hun voelsprieten en volgen de bocht om het blad.
Als meer mieren de omweg nemen, kunnen ook zij er geur achterlaten. Een sterker geurspoor helpt de volgende mieren om dezelfde weg te vinden. Langzaam ontstaat er weer een rij, met een bocht om het blad.
Niet elk obstakel vraagt om dezelfde weg. Over een takje klimmen lukt misschien, terwijl mieren liever om een steentje heen lopen. Door te zoeken, vinden ze een weg die ze kunnen nemen.
Geurspoor, voelsprieten, zoeken, omweg, meer geur, weer een rij. Als iets hun pad verspert, zoeken mieren een weg eromheen of eroverheen en kunnen ze een geurspoor achterlaten dat andere mieren volgen.
Nu weet je hoe die kleine padvinders verder kunnen, zelfs als er een blad in de weg ligt.









