Hoe gebruikt een kat zijn snorharen in het donker?
Stel je een kat voor die 's nachts zachtjes door een donker huis loopt. Als je voorzichtig over zijn wang aait, voel je lange, stugge haren naast zijn neus. Dat zijn de snorharen van de kat.
Ook als alle lampen uit zijn, glipt de kat langs de stoelpoten zonder één keer ergens tegenaan te botsen. Hoe gebruikt een kat zijn snorharen in het donker?
Een snorhaar is veel dikker en stugger dan de zachte vacht eromheen. Zijn wortel zit diep in de wang van de kat, veel dieper dan die van een gewoon haartje. Door die diepe wortel werkt elke snorhaar als een voelspriet.
Rond elke wortel liggen zenuwen, en zenuwen zijn piepkleine draadjes die berichten over aanraken naar de hersenen brengen. Strijkt er iets langs het puntje van een snorhaar, dan wiebelt de hele snorhaar bij zijn wortel. De zenuwen voelen dat gewiebel en sturen meteen een bericht naar de hersenen van de kat.
Een snorhaar kan dingen al voelen voordat hij ze aanraakt. Als de kat loopt, duwt hij de lucht voor zich uit, en die lucht wervelt anders rond een stoel of een muur. De snorharen voelen dat zachte gewervel, dus de kat weet dat er iets dichtbij is voordat zijn neus ertegenaan stoot.
Elke snorhaar stuurt zijn eigen bericht, dus de kat weet aan welke kant iets staat. Buigen de snorharen aan zijn linkerkant, dan stapt de kat naar rechts. Zo glijdt hij in een donkere kamer om de meubels heen.
De langste snorharen op het gezicht van een kat staan ongeveer zo breed uit als zijn lijf. Stel je nu voor dat de kat 's nachts bij een smal gat onder een schutting komt. Wat denk jij dat zijn snorharen hem kunnen vertellen?
De kat steekt eerst zijn kop in het gat. Glijden de snorharen erdoor zonder naar achteren te buigen, dan past zijn lijf er ook door, en hup, daar gaat hij. Worden de snorharen hard naar achteren gedrukt, dan weet de kat dat het gat te krap is en draait hij om.
Een kat ziet niet goed wat er vlak onder zijn neus ligt, zelfs niet overdag. Daarom zwaait hij zijn snorharen als een net naar voren als hij in het donker op een speelgoedmuis springt. De zenuwen vertellen hem precies waar het speeltje ligt, en zijn pootjes weten waar ze moeten grijpen.
In het donker wiebelen de snorharen van een kat bij hun wortel zodra ze iets raken of de lucht voelen wervelen. De zenuwen rond die wortels vertellen de hersenen van de kat waar dingen staan, zodat hij eromheen kan stappen en alleen door gaten kruipt waar hij in past.
Zo loopt de kat zachtjes verder door het stille, donkere huis, met zijn snorharen wijd uitgespreid aan beide kanten van zijn gezicht. Langs de stoelpoten en om de tafel heen gaat hij, zonder één keer te botsen.









