Wat gebeurt er in mijn huid als ik een splinter krijg?
Stel je voor dat je met je hand over een ruw houten bankje strijkt. Een dun stukje hout schiet met een scherpe prik in je vinger. Nu zie je een dun donker streepje vlak onder je huid.
Au, een splinter! Wat gebeurt er eigenlijk in je huid als daar een splinter vastzit? Laten we eens onder je huid gaan kijken.
Je huid heeft bovenop een stevige buitenlaag, net een jas die vuil en bacillen buiten houdt. De scherpe punt van de splinter prikt dwars door die jas heen. Hij glijdt de zachtere huid eronder in en blijft daar vastzitten.
Die zachte huid zit vol zenuwen. Je zenuwen voelen de prik en sturen snel een berichtje naar je hersenen. Je hersenen lezen dat berichtje als au, en daarom prikt een splinter zo.
De splinter neemt ook bacillen van het hout mee die zachte huid in. Die bacillen zitten nu binnen, voorbij de stevige jas van je huid. Je lichaam gaat meteen aan de slag om te zorgen dat ze zich niet verspreiden.
Meteen stroomt er meer bloed naar de huid rond de splinter. Door al dat bloed wordt het plekje roze, voelt het warm aan en zwelt het een beetje op. Wat denk jij dat het extra bloed naar de splinter brengt?
Het brengt witte bloedcellen mee, piepkleine helpers in je bloed die op bacillen jagen. Ze wurmen zich uit het bloed en kruipen naar de splinter toe. Duizenden verzamelen zich eromheen, als wachters in een kring rond een kasteelpoort.
De witte bloedcellen slokken de bacillen in hun geheel op, de een na de ander. Zo kunnen de bacillen zich niet dieper in je vinger verspreiden. Zolang dit gevecht duurt, blijft het plekje rood en gevoelig.
Als een splinter door de stevige jas van je huid prikt, neemt hij bacillen mee naar binnen, dus stuurt je lichaam extra bloed vol witte bloedcellen om ze op te slokken. Door al dat extra bloed wordt het plekje rood, warm en opgezwollen.
Diep onder dat dunne donkere streepje blijven de witte bloedcellen dicht om de splinter heen. Als wachters bij een kasteelpoort slokken ze bacil na bacil op en houden ze je vinger veilig.









