Waar kun je je hartslag voelen?
Na een flink stuk rennen gaat er iets in je bonk, bonk, bonk. Dat drukke gebonk is je hartslag. Als je stopt en stil blijft staan, voel je het dan bonzen, snel en sterk?
Het blijft de hele tijd in je bonzen. Waar kun je je hartslag dan voelen? Laten we het samen ontdekken.
Je hart zit binnen in je borst, achter de harde botten daar. Leg je hand plat op je borst. Precies daar voel je het bonzen.
Elke bons is je hart dat een stevige kneep geeft. Met die kneep duwt je hart bloed naar buiten. Je bloed heeft die duw nodig om eten en lucht naar elk stukje van je lijf te brengen.
Het bloed stroomt naar buiten door buisjes die door je hele lijf lopen. Die buisjes komen tot in je tenen, je vingers en bovenin je hoofd. Bij elke kneep krijgt het bloed weer een duw door die buisjes.
Bij elke duw maken de buisjes een bobbel, zoals een golf die door een tuinslang loopt. Die bobbel heet je polsslag. Dat is het tikje van bloed dat zich door een buisje duwt. Overal waar die buisjes lopen, heb je een polsslag.
De meeste buisjes zitten diep onder je huid, dus die voel je niet. Op een paar plekken loopt een buisje vlak onder je huid. Daar kunnen je vingers de polsslag voelen.
Een van die plekken is je pols, aan de kant net onder je duim. Leg je er twee vingers op, dan voel je een zacht tik, tik, tik. Dat is je polsslag die tegen je vingers tikt. Raad jij nog een plek waar een buisje vlak onder je huid loopt?
Het is je nek! Opzij van je nek, net onder je kaak, brengt een groot buisje bloed naar je hoofd. Leg je daar zachtjes twee vingers neer, dan voel je je polsslag daar ook tikken.
Ons nieuwe woord van vandaag is polsslag. Elke kneep van je hart duwt bloed, dus voel je het in je borst, je pols en je nek. Een polsslag is het tikje van het bloed dat door een buisje wordt geduwd.
Je hart klopt de hele nacht rustig voor je door, dus slaap lekker, kleintje.









