Waarom groeien planten op ijskoude, winderige plekken zo laag?
Heb je weleens buiten gestaan op een koude, winderige dag? Dan voel je de wind prikken op je wangen en trekken aan je jas. Brr. Van zo'n wind worden je vingers in een mum van tijd ijskoud.
Ver weg, op hoge bergtoppen en in ijskoude landen helemaal in het noorden, waait de wind zo, dag in dag uit. De planten daar blijven piepklein en plat, dicht tegen de grond gedrukt. Waarom groeien planten op ijskoude, winderige plekken eigenlijk zo laag?
Deze koude, open landen hebben een naam: de toendra, dat is een koud land waar geen bomen kunnen groeien. Op de toendra staat niets hoogs dat de wind kan afremmen. Daarom raast de wind er snel en koud overheen.
Maar de wind waait niet overal even hard. Hoog boven de grond suist hij vrij voorbij. Vlak bij de grond schuurt de voorbijstromende lucht langs stenen, bultjes en kiezels, waardoor de wind langzamer gaat.
Een harde, ijskoude wind is zwaar voor een plant. Hij droogt de blaadjes uit, blaast hun warmte weg en kan hoge stengels buigen en knakken. Waar op de toendra zou een plantje zich kunnen verstoppen voor de ergste wind?
Laag bij de grond, er stevig tegenaan! Toendraplanten groeien plat en kort, zodat de snelle wind over hun toppen heen raast. Hun blaadjes blijven buiten de hardste windstoten en houden hun water binnen.
Veel toendraplanten groeien uit tot een stevig, rond bultje met piepkleine blaadjes dicht op elkaar. Zo'n plant noemen we een kussenplant, dat is een plant in de vorm van een zacht klein kussentje. De wind glijdt over zijn gladde, ronde bovenkant heen, in plaats van er dwars doorheen te blazen.
Er is nog een tweede reden om laag te blijven. Op zonnige dagen slurpt de donkere grond het zonlicht op en wordt warm, net als een steen die in de zon ligt. De lucht vlak boven de grond wordt warmer dan de lucht hogerop, dus een lage plant zit op het warmste plekje van de toendra.
Een kussenplant houdt die warmte goed vast. Zijn blaadjes zitten zo dicht op elkaar dat de warme lucht binnenin gevangen blijft, net als je hand in een knusse want. Binnenin blijft de plant warm genoeg om door te groeien.
Toendra, kussenplant. Op de toendra raast de koude wind het hardst hoog boven de grond, dus groeien planten laag om uit die wind te blijven en warmte op te vangen van de grond die de zon heeft opgewarmd.
Dus als de wind de volgende keer aan je jas trekt, kun je denken aan die dappere kleine plantjes, knus en laag op de toendra.









