Waar rennen mieren zo snel naartoe?
Heb je weleens gehurkt om naar mieren op de stoep te kijken? Ze lopen snel achter elkaar in een lange, kronkelende rij. Sommige gaan de ene kant op, andere komen terug. Ze lijken allemaal zo'n haast te hebben!
Ze rennen langs elkaar heen en lopen vlug verder. Wat zijn ze druk bezig! Waar rennen mieren zo snel naartoe?
Mieren wonen samen in een nest, diep onder de grond. Heel veel mieren delen dat ene huis met hun babymieren. Elke mier in het nest heeft eten nodig. De baby's hebben ook honger.
Daarom gaat eerst één mier het nest uit om eten te zoeken. Die mier is een verkenner: een mier die alvast voor de anderen gaat zoeken. De verkenner loopt alle kanten op. Met zijn voelsprieten snuffelt hij rond.
Dan vindt de verkenner iets lekkers, zoals een koekkruimel op de grond. Zo'n kruimel is een feestmaal voor mieren! Nu draait de verkenner zich om en gaat terug naar huis. Hij gaat hulp halen bij de andere mieren.
Onderweg naar huis laat de verkenner een geurspoor achter. Een geurspoor is een paadje van geur op de grond. Mensen kunnen dat niet ruiken, maar mieren ruiken het met hun voelsprieten. Wat denk je dat de andere mieren doen als ze dat geurspoor ruiken?
De andere mieren volgen het geurspoor vanuit het nest naar de kruimel! Ze lopen er snel overheen, achter elkaar aan. Dat is die drukke rij die je op de stoep ziet.
Bij de kruimel pakt elke mier een klein stukje met zijn mond. Dan draagt hij het stukje langs het geurspoor naar het nest. Daarom gaan sommige mieren op pad en komen andere terug.
In het nest delen de mieren het eten met iedereen. De baby's eten mee, en alle mieren in het nest blijven sterk. Daarna gaan de mieren weer naar buiten om meer eten te zoeken.
Verkenner. Geurspoor. Omdat hun nestgenoten honger hebben, volgen mieren een geurspoor om eten naar huis te brengen.
Zie je weer een rij drukke mieren, dan weet je het: ze haasten zich om eten voor hun nest te halen. Slaap lekker, kleintje.

Fenni







