Is er een plekje dat je oog niet kan zien?
Doe je ogen even dicht en open ze dan langzaam. Kijk om je heen naar de lamp, het raam en de zachte rand van je deken. Het lijkt alsof je ogen alles kunnen zien.
Maar er is een bijzondere vraag om vanavond over na te denken. Is er een plekje dat je oog niet kan zien? Laten we dat samen ontdekken.
Als je ergens naar kijkt, kaatst het licht daarvan terug. Het komt je oog binnen door het donkere, ronde gaatje in het midden. Dat licht gaat helemaal naar de achterkant van je oog, want daar begint het zien.
Aan de binnenkant van je oog zit achteraan een dun, zacht laagje. Dat is je netvlies, het laagje binnen in je oog waarmee je ziet. Je netvlies zit vol piepkleine lichtvangers, dicht op elkaar, net als zandkorrels. Elke lichtvanger vangt een beetje van het licht dat erop valt.
Je oog kan in zijn eentje niet begrijpen wat het ziet. Daarom stuurt elke lichtvanger in je netvlies een snel berichtje naar je hersenen. Je hersenen voegen al die berichtjes samen tot het beeld dat je ziet.
Al die berichtjes reizen samen door één dikke bundel, als draden die samen een touw vormen. Dat touw gaat door een klein, rond plekje achter uit je oog naar je hersenen. Het neemt daar alle ruimte in. Kun je raden waar op dat plekje geen ruimte meer voor is?
Op dat plekje heeft je netvlies helemaal geen lichtvangers! Als daar licht op valt, vangt niets het op. Er gaat dus geen berichtje naar je hersenen. Dat plekje heet je blinde vlek: de plek in je oog die niet kan zien.
Dus ja, elk van je twee ogen heeft een eigen blinde vlek. Die zit precies waar het touw je oog verlaat. Toch merk je nooit een donker gat op, want je andere oog ziet juist dat stukje.
Netvlies, blinde vlek. Licht valt op de lichtvangers van je netvlies, maar waar het touw met berichtjes je oog verlaat, zitten geen lichtvangers, dus dat kleine plekje is je blinde vlek.
Doe nu je ogen dicht en laat al je piepkleine lichtvangers tot morgenochtend uitrusten.









