Hoe vindt een Marslander een veilige plek om te landen?
Als je van een stoepje afspringt, kijk je waar je voeten terechtkomen. Ook een Marslander heeft een vrije plek nodig. Hoe vindt een Marslander een veilige plek om te landen?
De zoektocht begint al lang voordat de lander Mars bereikt. Wetenschappers bekijken foto's die ruimtevaartuigen maken terwijl ze om Mars vliegen. Zo vinden ze grote, vlakke gebieden zonder veel grote stenen of steile hellingen.
Van die foto's maken de wetenschappers een kaart: een afbeelding waarop je ziet waar alles ligt. Ze geven aan welke plekken veiliger zijn en welke de lander moet vermijden. Met de kaart plannen ze een landing op een plek waar de lander stevig kan staan.
Sommige nieuwere landers kijken tijdens het dalen ook waar ze zijn. We volgen er eentje met een camera, een apparaat dat foto's maakt. Terwijl de lander dichterbij komt, maakt de camera foto's van de grond onder hem.
Ingenieurs geven deze lander een computer, een elektronisch apparaat dat opdrachten uitvoert. Ze leren de computer om de camerafoto's met de kaart te vergelijken. Aan de vormen ziet de lander welk deel van Mars onder hem ligt.
Op de foto's staat een grote, komvormige kuil naast een kleinere. Kun je raden hoe die vormen helpen? De computer zoekt dezelfde twee kuilen op de kaart en ontdekt zo waar de lander is.
Dan kiest de computer volgens de opdrachten van de ingenieurs een veiligere plek op de kaart. Hij kiest een plek die de lander nog kan bereiken. Een vrije plek ver weg helpt niet meer tijdens de laatste momenten van de landing.
De lander kiest zonder op antwoord van iemand op aarde te wachten. Berichten doen er een paar minuten over tussen de aarde en Mars. Daarom geven de ingenieurs hem vooraf opdrachten: tijdens de landing kan hij niet zo lang wachten.
Alleen een plek kiezen is niet genoeg: de lander moet er ook naartoe bewegen. Volgens de opdrachten van de ingenieurs stuurt de computer de raketmotoren aan. De raketmotoren duwen de lander naar de gekozen plek.
De raketmotoren remmen ook de val, zodat de lander zacht kan landen. Aan het eind van de reis raken zijn landingspoten de grond. Door al dat zorgvuldige kiezen staat hij op een stevigere plek.
Kaart, camera, computer. Met die hulpmiddelen vergelijkt de lander foto's met de kaart, kiest hij een bereikbare, veilige plek en beweegt hij naar die plek toe.
Terwijl jij je eigen fijne plekje zoekt, kun je je de lander voorstellen die op Mars uitrust.









