Waarom kun je in de ruimte geen raam openmaken?
Denk eens aan een raam bij jou thuis. Als iemand het openmaakt, waait er een zacht briesje naar binnen. Je voelt het koel op je wangen. En je ruikt het gras buiten.
Astronauten wonen in een ruimteschip, ver boven de wolken. Hun ruimteschip heeft ook ramen, en daardoor zien ze de sterren. Maar waarom kunnen ze in de ruimte geen raam openmaken?
In het ruimteschip zit lucht, net als de lucht in jouw kamer. De astronauten ademen die de hele dag in en uit. Jij ademt nu ook precies zulke lucht. Door die lucht blijven ze leven en voelen ze zich fijn.
Buiten het ruimteschip is er in de ruimte helemaal geen lucht. Het is er leeg, met niets om te ademen. Er zweeft zelfs geen klein zuchtje. Daarbuiten kan niemand ook maar รฉรฉn keer adem halen.
De lucht binnen duwt de hele tijd tegen de wanden en de ramen. Hij duwt naar buiten, zoals de lucht in een grote, opgeblazen ballon. Buiten in de lege ruimte duwt er niets terug. Wat denk jij dat de lucht zou doen als er een raam openging?
Woesj! De lucht zou heel snel door het raam naar buiten stromen, de lege ruimte in. Hij zou wegsuizen, zoals lucht uit een ballon als je het uiteinde loslaat. Al snel hadden de astronauten geen lucht meer om te ademen.
Daarom maken de mensen die ruimteschepen bouwen elk raam luchtdicht. Luchtdicht betekent dat het zo stevig dicht zit dat er geen lucht uit kan glippen. Ze gebruiken dik, sterk glas dat nooit opengaat. Elk raam blijft de hele reis luchtdicht.
Door de luchtdichte ramen blijft alle lucht veilig binnen. De astronauten kunnen rustig ademen. Ze kunnen nog steeds hun neus tegen het luchtdichte glas drukken en naar de sterren kijken.
In de ruimte is geen lucht, dus de lucht binnen zou door een open raam naar buiten stromen. Daarom blijven de ramen van een ruimteschip luchtdicht.
Achter elk luchtdicht raam blijft de lucht knus in het ruimteschip. Buiten het glas stralen de sterren in het lege donker.

1
2
3
Fenni
โ
โ
โ
Lumi







