Waarom verbranden de meeste ruimtestenen in de lucht?
Doe je ogen dicht en denk aan een donkere nachtlucht. Voel de koele lucht op je wangen. Kijk hoe de sterren ver, ver weg twinkelen.
Ver boven de aarde, in de ruimte, zijn ook stenen. Daar kunnen we samen over nadenken. Waarom verbranden de meeste ruimtestenen in de lucht?
De meeste ruimtestenen zijn heel klein. Veel zijn zo klein als een zandkorrel op het strand. Ze zweven stil door de donkere ruimte.
In de ruimte is helemaal geen lucht. Onze aarde is anders. Om de aarde heen zit een zachte deken van lucht, en die lucht adem jij elke dag in.
Sommige ruimtestenen zweven dicht bij de aarde. De aarde trekt ze naar zich toe, en ze suizen omlaag, veel en veel sneller dan een straalvliegtuig. Zoef! Ze razen recht de deken van lucht in.
De lucht voor de steen kan niet snel genoeg opzij. De steen duwt tegen die lucht en drukt hem stevig samen, zoals jij een kussen platdrukt. Wat denk jij dat er gebeurt met lucht die zo hard wordt samengedrukt?
Die wordt heet! De samengedrukte lucht voor de steen wordt heter dan een kampvuur. Hij gloeit fel, en hij maakt het steentje zo heet dat het ook gaat gloeien.
Door de hitte verbrandt het steentje, beetje bij beetje. Op de grond zien wij dan heel even een lichtstreep. Die streep heet een vallende ster, en dat is een klein ruimtesteentje dat verbrandt terwijl het valt. Het is dus helemaal geen echte ster.
De meeste ruimtestenen zijn zo klein dat ze hoog in de lucht helemaal opbranden. Elke vallende ster is in een oogwenk weg, lang voordat hij de grond raakt. Er blijft alleen een piepklein wolkje stof over.
Ruimtestenen suizen zo snel onze lucht in dat de samengedrukte lucht ze heet maakt. De kleintjes verbranden als vallende sterren.
Hoog boven de donkere heuvels gloeit een klein ruimtesteentje, en het schiet als een streep door de lucht. In een oogwenk is de vallende ster weg. Alleen een zacht wolkje stof zweeft nog in de stille nachtlucht.









