Hoe buigt een arm?
Buig je arm en maak hem daarna weer recht. Voel hoe hij precies bij je elleboog buigt. Je buigt je arm om een knuffelbeer vast te houden en een beker op te tillen.
Je arm voelt over de hele lengte hard en sterk. Hoe kan hij dan in het midden buigen? Laten we ontdekken hoe een arm buigt.
In je arm zitten harde botten. Eén lang bot loopt van je schouder naar je elleboog. Twee andere botten lopen van je elleboog naar je pols. Deze botten geven je arm steun: ze blijven stijf en buigen nooit.
Al deze botten komen bij je elleboog samen. Je elleboog is een gewricht: een plek waar botten samenkomen en kunnen bewegen. Bij dit gewricht draaien de botten zoals een deur op zijn scharnieren. Daarom buigt je arm precies op die plek.
Maar een gewricht kan niet uit zichzelf bewegen. Iets moet aan de botten trekken. Dat doet een spier. Deze spier zit in je bovenarm, tussen je schouder en je elleboog.
De onderkant van deze spier zit vast aan een bot, net voorbij je elleboog. De spier zit stevig vast, zoals een touw aan een karretje. Als de spier trekt, moet het bot dus mee.
Als je je arm wilt buigen, wordt de spier korter. Hij trekt zich samen en wordt dikker, zoals een rups die zich samenbalt. Welke kant denk je dat je onderarm opgaat als de spier korter wordt?
Je onderarm gaat omhoog! De spier trekt dat bot omhoog, naar je schouder toe. Je arm draait bij het gewricht in je elleboog en buigt.
Onthoud ons bijzondere woord: gewricht. Je armspier wordt korter en trekt je onderarm omhoog bij het gewricht in je elleboog.
Droom maar fijn en geef morgen iemand van wie je houdt een warme knuffel met gebogen armen.









