Waarom moeten wij een robot stap voor stap vertellen wat hij moet doen?
Heb jij weleens een speelgoedrobot over de vloer horen rijden? Brrr, piep, knipper! Zijn kleine wieltjes brommen zachtjes terwijl hij rijdt.
Om een speelgoedrobot te laten bewegen, moet iemand hem vertellen wat hij moet doen. Rij vooruit. Draai. Stop. Waarom moeten wij een robot eigenlijk stap voor stap vertellen wat hij moet doen?
In een speelgoedrobot zit een piepkleine computer. Die computer vertelt de wieltjes wanneer ze moeten draaien en wanneer ze stil moeten staan. Zo kan de hele robot bewegen.
Maar de computer heeft iets nodig om te volgen. Mensen schrijven er een programma voor, dat is een rijtje stappen die de robot moet doen. Ze schrijven het programma zo, dat de robot weet wat eerst komt en wat daarna.
De robot volgt zijn programma stap voor stap, netjes op volgorde. Zegt het programma rijden, dan rijdt hij vooruit. Zegt het programma draaien, dan draait hij.
Een robot kan de volgende stap niet zelf raden. Jij kunt naar je blokken kijken en raden wat je ermee gaat doen. De robot weet niet wat een blok is, en ook niet wat jij wilt.
Daarom doet de robot alleen de stappen uit zijn programma. Stel dat het programma zegt rij vooruit, maar niemand heeft stop opgeschreven. Wat denk jij dat de robot dan doet?
Hij blijft maar rijden, helemaal tot hij tegen de bank botst. Bonk! Dus zetten we de stap stop erbij in het programma, en nu stopt hij precies naast de bank.
Nu elke stap is opgeschreven, kan de robot het hele klusje doen. Hij rijdt, hij stopt, hij draait en hij duwt een blok naar jou toe. Elke stap stond erin, dus er werd niets overgeslagen.
Programma. Mensen schrijven elke stap in een programma, want een robot kan zelf geen stap raden.
Goed gedaan, lieverd, jij dacht vandaag als een echte robotbouwer.









