Wat als alle auto's tegelijk gingen rijden?
Heb jij weleens in de auto gewacht bij een rood stoplicht? Luister maar, dan hoor je de motor zachtjes brommen. Aan de overkant rijden andere auto's voorbij terwijl jij wacht.
Dan springt het licht op groen, en jouw auto mag rijden. Misschien denk je dan wel: wat als alle auto's tegelijk gingen rijden?
Denk eens aan de plek waar twee wegen elkaar kruisen. Die plek heet een kruispunt, dat is een plek waar wegen samenkomen. De bestuurders van allebei de wegen rijden eroverheen, om te komen waar ze heen willen.
Op het kruispunt gaan de bestuurders om de beurt. Op de ene weg rijden ze, en op de andere weg wachten ze. Zo blijft het midden vrij voor de auto's die rijden.
Laten we nu eens doen alsof alle bestuurders tegelijk gaan. Auto's van de ene weg rijden het kruispunt op. Auto's van de andere weg rijden er ook op, precies op hetzelfde moment.
Maar elke auto heeft zijn eigen plekje op de weg nodig. Twee auto's passen niet tegelijk op één plek. Dus botsen de auto's in het midden tegen elkaar.
De bestuurders stoppen, met de neuzen van hun auto's tegen elkaar. Nu staan die auto's het hele kruispunt in de weg. Wat denk jij dat er gebeurt met de auto's die nog aan komen rijden?
Die bestuurders moeten ook stoppen, de ene auto achter de andere. De rij auto's die vaststaan wordt langer en langer. Al snel kan niemand meer vooruit, en niemand kan meer terug.
Als alle bestuurders tegelijk gingen, zouden hun auto's op het kruispunt botsen. Twee auto's passen niet op één plek, dus elke auto zou vast komen te staan.
Daarom gaan de bestuurders op het kruispunt om de beurt. Op de ene weg rijden de auto's, op de andere wachten ze, met zachtjes brommende motoren. En elke auto komt waar hij heen wil.









