Waarom is een heel hoge boterham moeilijker om in te bijten?
Denk eens aan een zachte boterham in je handen. Je voelt het zachte brood onder je vingers. Misschien ruik je er warme kaas in. Je handen houden hem voorzichtig vast, klaar voor een grote hap.
Stel je nu een boterham voor die heel hoog is opgestapeld. De laagjes gaan omhoog en omhoog en omhoog. Brood, kaas, tomaat, nog meer brood en nog meer kaas, hoger dan je beker melk. Waarom is een heel hoge boterham moeilijker om in te bijten?
Om te bijten heb je tanden nodig aan allebei de kanten van het eten. Je bovenste tanden drukken van boven naar beneden. Je onderste tanden duwen van onderen omhoog. Als ze elkaar in het midden raken, bijten ze er een stukje af.
Om het eten tussen je tanden te krijgen, doe je je mond wijd open. Dat doet je kaak. Je kaak is het harde bot waarmee je je mond open en dicht doet. Je kaak zakt naar beneden, en je tanden gaan uit elkaar om plek te maken.
Je kaak zwaait open als een klein deurtje. Een deur stopt als hij helemaal open is. Je kaak stopt ook, dus je mond kan maar zo ver open. Wat denk jij dat er gebeurt als een boterham hoger is dan dat?
De boterham is gewoon te hoog voor je open mond. Je bovenste tanden stoten tegen het bovenste brood. Je onderste tanden kunnen niet onder het onderste brood komen. Zo kunnen je tanden er niet omheen sluiten om een stukje af te bijten.
Kaak. Je kaak gaat maar zo ver open, dus een hoge boterham past niet tussen je tanden.
Slaap lekker, kleintje, en hopelijk is je volgende boterham precies groot genoeg voor een fijne hap.









