Hoe werken mijn armspieren om de beurt?
Steek je arm uit en buig hem langzaam bij je elleboog, alsof je je sterke spier laat zien. Leg je andere hand boven op je bovenarm. Voel je daar een stevige bobbel ontstaan?
Strek je arm nu weer en voel hoe die bobbel zacht wordt. Hoe werken je armspieren eigenlijk om de beurt?
Elke spier in je arm kan maar één ding doen: trekken. Een spier maakt zichzelf korter en dikker. Stevige koorden verbinden de spier met je botten, dus de spier trekt het bot mee. Een spier kan een bot nooit van zich af duwen.
Als je je arm wilt buigen, sturen je hersenen snel een berichtje naar je biceps. Die zit aan de voorkant van je bovenarm. Je biceps wordt korter en trekt je onderarm omhoog naar je schouder. Dat is de bobbel die je voelde.
Terwijl je biceps trekt, ontspant een tweede spier in je bovenarm en wordt die lang en zacht. Zo trekt die spier niet de andere kant op. Je biceps kan je arm alleen omhoog trekken. Wat denk je dat je arm weer recht trekt?
Dat doet die tweede spier, je triceps. Je triceps is de spier aan de achterkant van je bovenarm. Je triceps wordt korter en trekt je onderarm omlaag tot je arm recht is. Nu ontspant je biceps en wordt die langer.
Je hersenen kiezen welke spier trekt en welke rust, en wisselen dat in een oogwenk om. Eerst je biceps, dan je triceps, dan weer je biceps. Door zo snel te wisselen kun je zwaaien of in een kom soep roeren.
Om de beurt werken is belangrijk, want twee spieren die tegelijk hard trekken, zouden elkaar tegenwerken. Je arm zou stijf worden en niet meer bewegen. Als de ene spier ontspant, kan de andere je arm soepel bewegen.
Triceps. Je hersenen laten één armspier trekken terwijl de andere ontspant, zodat je biceps je arm buigt en je triceps hem weer recht trekt.
Slaap lekker vannacht en laat je twee hardwerkende armspieren samen uitrusten.









