Hoe weet je dat het een sinaasappel is, alleen door te ruiken?
Stel je een schaal met fruit op de keukentafel voor. Doe nu je ogen dicht en snuif langzaam en diep. Iets zoets en sprankelends kriebelt in je neus. Je weet al dat het een sinaasappel is voordat je kijkt!
Maar je ogen zijn dicht en de sinaasappel ligt stil in de schaal. Hoe weet je dan dat het een sinaasappel is, alleen door te ruiken? Laten we dat samen ontdekken.
Op de schil van een sinaasappel zitten kleine bobbeltjes. Elk bobbeltje is een klein zakje vol sinaasappelolie. Die olie geeft de sinaasappel zijn sterke, zoete geur.
Piepkleine deeltjes van die olie komen uit de schil en zweven de lucht in. Ze zijn veel te klein om te zien. Die zwevende deeltjes vormen de geur van de sinaasappel. Een geur is een luchtje dat bij een bepaald soort ding hoort.
De geur zweeft door de keuken, helemaal naar jou toe. Als je door je neus inademt, trek je die deeltjes naar binnen. Snuif, snuif! Als je flink snuift, trek je er nog meer naar binnen.
Diep in je neus zit een klein, zacht plekje dat geuren opvangt. De sinaasappeldeeltjes landen op dat plekje en blijven even plakken. Het plekje merkt ze meteen op.
Dan stuurt je neus snel een berichtje naar je hersenen. Dat berichtje vertelt je hersenen hoe deze geur ruikt. Wat denk je dat je hersenen daarna doen?
Je hersenen herinneren zich die geur! Ze bewaren geuren die je eerder hebt geroken, als schatten in een doos. Elke sinaasappel die je hebt gepeld of gegeten, heeft zijn geur daar achtergelaten.
Je hersenen zoeken dus in hun doos naar dezelfde geur. Zoet, sprankelend en fris: dat is de geur van een sinaasappel! Je hersenen vertellen je dat het een sinaasappel is. Je ogen hoefden helemaal niet te kijken.
Ons speciale woord is: geur. De olie uit de schil zweeft je neus in, en je hersenen herkennen die geur.
Slaap lekker, en laat je slimme neus morgen maar veel fijne geuren ontdekken.









