Hoe weet mijn berichtje naar welke telefoon het moet?
Stel je voor dat een volwassene op een telefoon op versturen tikt. Woesj, het berichtje vliegt weg en het scherm wordt stil. Luister de volgende keer maar eens goed, dan hoor je misschien ook dat zachte zoefje.
Even later zoemt de telefoon van oma, ver weg aan de andere kant van de stad. De telefoon van haar buurvrouw blijft stil, en alle andere telefoons ook. Hoe weet jouw berichtje dan naar welke telefoon het moet?
Elke telefoon heeft zijn eigen telefoonnummer, en geen twee telefoons hebben hetzelfde nummer. Als jij de naam van oma kiest, stopt jouw telefoon haar nummer bij het berichtje. Het berichtje zelf weet helemaal niets, maar het draagt dat nummer mee, net als een adres op een envelop.
Daarna stuurt jouw telefoon het berichtje weg als radiogolven, dat zijn onzichtbare golven die door de lucht suizen. Denk maar aan kringen die zich over een vijver verspreiden, alleen kan niemand deze kringen zien. Dankzij radiogolven kan het berichtje reizen zonder ook maar één draad.
De radiogolven vliegen naar de dichtstbijzijnde zendmast, dat is een hoge paal die telefoonberichten opvangt en verstuurt. Misschien heb je er wel eens een langs de weg zien staan, als een boom van metaal. De zendmast vangt jouw berichtje op, zodat hij het kan doorgeven.
Vanaf de zendmast raast jouw berichtje door kabels naar de computers van de telefoonmaatschappij. Die computers lezen het nummer van oma op het berichtje. Maar oma kan thuis zijn, in de winkel, of in de bus zitten. Hoe denk jij dat de computers weten waar haar telefoon nu is?
Nu komt het geheim. Elke telefoon die aanstaat, zegt steeds opnieuw zachtjes hallo tegen de zendmast die het dichtstbij staat. De computers van de telefoonmaatschappij houden een lijst bij van welke telefoon bij welke zendmast is, dus weten ze welke zendmast bij oma hoort.
Dus sturen de computers jouw berichtje door kabels naar de zendmast die het dichtst bij oma staat. Jouw berichtje flitst er in een oogwenk doorheen.
Die zendmast stuurt het berichtje weer weg als radiogolven, naar alle kanten. Veel telefoons in de buurt vangen die radiogolven op. Elke telefoon kijkt naar het nummer op het berichtje dat hij opvangt.
De telefoon van oma ziet zijn eigen nummer en houdt jouw berichtje, terwijl alle andere telefoons het laten gaan. Zzzt! Haar scherm licht op met jouw woorden, en de hele reis duurde ongeveer één seconde.
Radiogolven, zendmast. Jouw telefoon zet het telefoonnummer op je berichtje, en de computers van de telefoonmaatschappij sturen het naar de zendmast bij de telefoon met dat nummer.
Als er de volgende keer een berichtje wegvliegt, kun jij je de hele reis naar de goede telefoon voorstellen, dus slaap nu maar lekker.









