1 / 5
0:00
0:00

Van akker tot bord · Aflevering 4 van 4

De gouden reis van de honing

FenniVerteld door Fenni

Een rustige wandeling van een bloem vol nectar tot het potje honing op de keukentafel, langs de ijverige bijen die hem maken. Een kalme, nieuwsgierige manier om te ontdekken dat honing, net als melk en eieren, eten is dat van een dier komt.

Tekst van de aflevering

De gouden reis van de honing

Heb je weleens gezien hoe honing van een lepel glijdt? Hij stroomt langzaam, dik en goudgeel, en hij ruikt een beetje naar bloemen. Ruik je die zoete geur? Laten we samen ontdekken waar honing vandaan komt.

Honing groeit niet aan een boom zoals een appel dat doet. Niemand plukt hem van een tak. Een klein diertje maakt hem, en dat diertje is een bij. Laten we de honing helemaal terugvolgen naar het begin.

Het begint in een bloem. Diep onder in de blaadjes maakt de bloem een zoet sapje dat nectar heet. De bloem maakt die nectar expres, om bijen uit te nodigen voor een bezoekje.

Een honingbij landt op de bloem en zuigt de nectar op met haar lange tong, net een klein rietje. Ze bewaart hem in een speciaal zakje binnenin, een honingmaag die de nectar mee naar huis draagt. Ze gaat van bloem naar bloem tot haar honingmaag helemaal vol zit.

Terwijl ze werkt, blijft er zacht geel bloemenpoeder aan haar donzige lijfje plakken. Dat poeder heet stuifmeel. Bij de volgende bloem veegt het er weer af, en daardoor kunnen de bloemen nieuw fruit en nieuwe zaadjes maken. Ze is een ijverig klein hulpje.

Nu is haar honingmaag vol. Waar denk jij dat ze nu naartoe vliegt? Ze vliegt regelrecht naar huis, naar de bijenkorf, het warme houten huis waar duizenden bijen samen wonen.

In de bijenkorf geven de bijen de nectar van mond tot mond aan elkaar door, en ze waaieren erover met hun vleugels. Sjjj, sjjj, doen die vleugeltjes. Door al dat waaieren droogt het waterige deel weg, en zo wordt dunne nectar langzaam dik en zoet. Nu is het honing.

De bijen stoppen de honing in de honingraat, een muurtje van kleine waskamertjes met zes rechte kantjes. Elk vol kamertje sluiten ze af met een dekseltje van was, zodat de honing vers blijft. Die honing is de eigen wintervoorraad van de bijen, voor als er buiten geen bloemen meer bloeien.

Een imker zorgt goed voor de bijenkorf. Ze draagt een lichte hoed met een zacht net ervoor, en ze blaast koele rook bij de ingang, want die rook vertelt de bijen dat alles rustig is. Daarna tilt ze een raampje met honingraat naar buiten en neemt alleen de honing die over is, zodat er altijd genoeg voor de bijen blijft.

De imker zet de raampjes in een grote trommel en draait ze rond en rond, zodat de honing uit de honingraat stroomt en langs de wand omlaag loopt. Ze giet hem door een zeef om de kleine stukjes was op te vangen, en dan vult ze de potjes. Een chauffeur brengt die potjes naar de winkel, en een grote mens neemt er eentje mee naar jouw tafel.

Laten we de hele reis nog een keer nalopen. Bloem, nectar, bij, bijenkorf, honingraat, imker, pot honing. Honing komt van bijen, die de nectar van bloemen veranderen in dik zoet eten. Net als melk en eieren is honing eten dat van een dier komt, en niet iets dat je van een plant plukt.

Als de honing de volgende keer goudgeel glanst op jouw lepel, kun je denken aan de bloemen, de bijen en de honingraat die hem gemaakt hebben. Wat een zoet weetje om mee te nemen.

De wereld om ons heen

Alles bekijken

De wereld om ons heen

Van akker tot bord
Onderdeel van 'Van akker tot bord'

Van akker tot bord

0 van 4 voltooid

In deze serie